Maria Kapteijns

grafiek – beeldende kunst 

Mijn werk gaat over de stad; de stad als organisme en als biotoop en meer recent over de stad als tekst. Een leesbare structuur met tekens die we interpreteren.

Na een brand die mijn atelier verwoestte in 2014 heb ik werk gemaakt met oude zinkplaten, waarbij – door de sfeer van het verbrandde zink – de stad een verbrandde stad werd, de groepen mensen veranderd lijken in vluchtelingen of overlevenden. Het bleek juist daardoor heel bruikbaar te zijn, om een nieuwe fase in mijn werk te kunnen onderstrepen met werk met een andere sfeer, ontstaan uit de ruïnes van mijn werk van voor de brand.

Ik heb me lange tijd bezig gehouden met de stad als samenspel van mensen, hun samenleven interpreterend als een metafoor voor een groter “superorganisme”, de groep mensen.

De stad is leefgebied voor mensen, maar ook voor bijvoorbeeld insecten. Er leven enorm veel organismen in een stad, waarbij insecten (voor mijn gevoel) het vreemdst voor ons zijn, het meest anders. Het is als een wereld van aliens op ons eigen grondgebied: een paralelle wereld.

Dit brengt mij bij het inzoomen en uitzoomen. De insecten vergroot ik graag enorm uit, omdat zo een verborgen wereld zichtbaar wordt, zo toon ik bijvoorbeeld insectenvleugels op menselijke maat. Als ‘spiegelbeeld’ heb ik afbeeldingen van de menselijke huid, even ver ingezoomd, waardoor de huid als een landschap wordt.

Door meer afstand nemen, krijgen we mensen van bovenaf gezien, waarbij groepen mensen weer patronen vormen en uiteindelijk de stad een superorganisme wordt.
Mijn meest recente werk gaat hierover. Het werk toont mensen als patroon, groepen mensen van boven bezien: het menselijk netwerk, waar de stad een afspiegeling van is.