Maria Kapteijns
Introduction

Since at least ten years, the majority of my work has the city as a subject. It evolved from nature and insect biotopes - real wildlife in our cultivated cities - to swarm behaviour of human beings.

In a later stage semiotics became a main field of interest. In 2013 I graduated from Tilburg University on the subject of semiotics. I am intrigued by the way meaning production takes place and try to apply my findings to my subject, cities.

Most of my work consists of prints, supplemented with photography and since recently video. I like to work on a certain subject for a while and move on to a slightly different theme after a while.

In 2014 my work suddenly changed, due to a fire that destroyed my studio. I managed to retrieve my zinc plates, most of them heavily damaged, still featuring fragments of cities, remains of maps I had drawn, etc. It became clear I had to do something with those images.

I sometimes work together with an artist/technician, Valentijn Dijkmeijer, especially when I use other techniques than printing.
Introductie

Mijn werk gaat over de stad; de stad als organisme en als biotoop en meer recent over de stad als tekst. Een leesbare structuur met tekens die we interpreteren.

Na een brand die mijn atelier verwoestte in 2014 heb ik werk gemaakt met oude zinkplaten, waarbij - door de sfeer van het verbrandde zink -  de stad een verbrandde stad werd, de groepen mensen veranderd lijken in vluchtelingen of overlevenden. Het bleek juist daardoor heel bruikbaar te zijn, om een nieuwe fase in mijn werk te kunnen onderstrepen met werk met een andere sfeer, ontstaan uit de ruïnes van mijn werk van voor de brand. 

Ik heb me lange tijd bezig gehouden met de stad als samenspel van mensen, hun samenleven interpreterend als een metafoor voor een groter “superorganisme”, de groep mensen.

De stad is leefgebied voor mensen, maar ook voor bijvoorbeeld insecten. Er leven enorm veel organismen in een stad, waarbij insecten (voor mijn gevoel) het vreemdst voor ons zijn, het meest anders. Het is als een wereld van aliens op ons eigen grondgebied: een paralelle wereld.

Dit brengt mij bij het inzoomen en uitzoomen. De insecten vergroot ik graag enorm uit, omdat zo een verborgen wereld zichtbaar wordt, zo toon ik bijvoorbeeld insectenvleugels op menselijke maat. Als ‘spiegelbeeld’ heb ik afbeeldingen van de menselijke huid, even ver ingezoomd, waardoor de huid als een landschap wordt.

Door meer afstand nemen, krijgen we mensen van bovenaf gezien, waarbij groepen mensen weer patronen vormen en uiteindelijk de stad een superorganisme wordt.
Mijn meest recente werk gaat hierover. Het werk toont mensen als patroon, groepen mensen van boven bezien: het menselijk netwerk, waar de stad een afspiegeling van is.

HOME